Overgang: symptomen herkennen per fase
Inhoudsopgave
- De belangrijkste symptomen op een rij
- Fase 1: perimenopauze - de eerste symptomen
- Fase 2: rond de menopauze - klachten op hun hevigst
- Fase 3: postmenopauze - wat verdwijnt en wat blijft
- Psychische klachten: stemming, angst en concentratie
- Vervroegde overgang: symptomen vóór uw 40e
- Oorzaken: waar de klachten vandaan komen
- Wanneer naar de huisarts
- Behandeling: wat helpt en wat niet
- Veelgestelde vragen
- Wat zijn de eerste symptomen van de overgang?
- Hoe weet ik of ik in de overgang ben?
- Hoe lang duurt de overgang?
- Op welke leeftijd begint de overgang?
- Kan ik nog zwanger worden in de overgang?
- Helpen supplementen tegen overgangsklachten?
- Is hormoontherapie gevaarlijk?
- Wanneer moet ik met overgangsklachten naar de huisarts?
- Bronnen

De overgang is niet één klacht maar een spectrum. De meest gemelde symptomen zijn: een veranderende menstruatie, opvliegers, nachtelijk zweten, slecht slapen, stemmingswisselingen, vaginale droogheid, gewrichts- en spierpijn, hoofdpijn, vaker blaasontsteking, minder zin in seks en problemen met concentratie en geheugen. Bijna niemand krijgt ze allemaal, en bijna niemand krijgt er geen enkele.
De overgang kan beginnen tussen uw 40e en 60e; gemiddeld heeft een vrouw haar laatste menstruatie rond haar 51e. Hieronder leest u welke klachten in welke fase horen, wat er achter zit, wanneer u naar de huisarts moet en welke behandelingen aantoonbaar werken.
De belangrijkste symptomen op een rij
- Onregelmatige menstruatie: kortere of langere tussenpozen, meer of juist minder bloedverlies.
- Opvliegers: plotselinge hitte, rode huid en zweten, meestal 3 tot 5 minuten per keer.
- Nachtelijk zweten en daardoor onderbroken, niet-verkwikkende slaap.
- Vaginale droogheid, jeuk, meer afscheiding en pijn bij het vrijen.
- Stemmingswisselingen, prikkelbaarheid, somberheid of angstklachten.
- Concentratie- en geheugenproblemen (“brain fog”).
- Gewrichts- en spierpijn, soms toenemende migraine.
- Vaker blaasontsteking en meer aandrang om te plassen.
- Gewichtstoename, gevoelige borsten en dunner wordend haar.
Fase 1: perimenopauze - de eerste symptomen
De perimenopauze is de periode waarin uw eierstokken minder regelmatig gaan werken. Bij de meeste vrouwen begint dit ergens tussen het 45e en 50e jaar, maar het kan eerder. De oestrogeenproductie daalt niet netjes en geleidelijk: hij schommelt. Juist die schommeling verklaart waarom de eerste symptomen van de overgang zo grillig zijn - een paar goede weken, dan opeens een week met slapeloosheid en een kort lontje.
Het eerste signaal is bijna altijd de menstruatie zelf. De cyclus wordt korter of juist langer, het bloedverlies verandert van maand tot maand, of u slaat een maand over en daarna komt de menstruatie gewoon terug. Ook buikpijn, rugpijn of hoofdpijn rond de menstruatie kunnen in deze fase toenemen.
Daarnaast melden vrouwen in deze fase vaak klachten die op het eerste gezicht niets met hormonen te maken lijken te hebben: slecht in slaap komen, ’s nachts wakker liggen, een kort lontje, huilerigheid, of het gevoel dat woorden niet meer zo makkelijk komen. Omdat de menstruatie nog doorloopt, wordt de link met de overgang in deze fase het vaakst gemist.
Belangrijk in deze fase: u kunt nog zwanger worden. Anticonceptie blijft nodig tot een jaar na uw laatste menstruatie, of tot ongeveer uw 52e.
Fase 2: rond de menopauze - klachten op hun hevigst
De menopauze is strikt genomen één dag: uw allerlaatste menstruatie. U weet pas achteraf dat het die was, namelijk als er twaalf maanden voorbij zijn zonder bloedverlies. Rond dat moment zijn de klachten bij de meeste vrouwen het duidelijkst, omdat het oestrogeenniveau dan structureel laag is geworden.
Opvliegers staan hier op de voorgrond. Ongeveer acht op de tien vrouwen krijgt ermee te maken. Een opvlieger duurt meestal 3 tot 5 minuten, soms langer, en geeft plotselinge hitte, een rood gezicht of rode hals, zweten en soms hartkloppingen of juist rillingen erna. De frequentie loopt sterk uiteen: de een heeft er een paar per maand, de ander meerdere per uur. Gemiddeld houden opvliegers 3 tot 7 jaar aan.
Nachtelijk zweten is dezelfde opvlieger, maar dan tijdens de slaap. Het effect is groter dan de klacht zelf doet vermoeden: doorbroken slaap verklaart een groot deel van de vermoeidheid, de prikkelbaarheid en het “wattige hoofd” waar vrouwen in deze fase over vertellen. Wie het slapen aanpakt, ziet vaak ook de stemmingsklachten meebewegen.
Fase 3: postmenopauze - wat verdwijnt en wat blijft
Na de menopauze nemen de opvliegers bij de meeste vrouwen af. Ongeveer vijf jaar na de laatste menstruatie zijn de klachten bij het merendeel duidelijk minder geworden. Dat geldt echter niet voor alle symptomen.
Klachten die met slijmvliezen te maken hebben, worden na de menopauze juist vaak erger in plaats van beter, omdat het oestrogeen definitief laag blijft. Ongeveer drie op de tien vrouwen heeft vaginale klachten: droogheid, jeuk, veranderde afscheiding en een vagina die bij opwinding trager vochtig wordt. Ook terugkerende blaasontstekingen en meer aandrang horen in deze categorie. Ons artikel over vaginale droogheid behandelt deze klacht apart en uitgebreider.
Op de langere termijn speelt nog iets anders: oestrogeen beschermt het bot. Na de menopauze gaat de botdichtheid sneller achteruit, wat op termijn het risico op osteoporose verhoogt. Dat merkt u niet als symptoom - het is juist de reden waarom botgezondheid een gespreksonderwerp met uw huisarts hoort te zijn en niet iets om te wachten tot er een breuk is.

Psychische klachten: stemming, angst en concentratie
Stemmingswisselingen, somberheid, angst en geheugen- en concentratieproblemen worden regelmatig in verband gebracht met de overgang. Dat maakt ze niet automatisch ‘hormonaal’. De overgang valt bij veel vrouwen samen met een levensfase vol andere belasting: opgroeiende of net vertrokken kinderen, ouders die zorg nodig hebben, een piek in werkverantwoordelijkheid.
Het eerlijke antwoord is dat slecht slapen, hormoonschommelingen en levensomstandigheden hier door elkaar heen lopen en dat ze elkaar versterken. Praktisch betekent dat: het is verstandig om stemmingsklachten te bespreken in plaats van ze weg te wuiven als “gewoon de overgang”. Aanhoudende somberheid, geen plezier meer beleven aan dingen of paniekklachten verdienen een eigen beoordeling door uw huisarts, ook als u midden in de overgang zit.
Vervroegde overgang: symptomen vóór uw 40e
Bij ongeveer 1 op de 100 vrouwen stoppen de eierstokken al vóór het 40e jaar met werken. Dit heet vervroegde overgang, of primaire ovariële insufficiëntie (POI). De symptomen lijken op die van de gewone overgang - opvliegers, slaapproblemen, stemmingsveranderingen, droge huid en vaginale droogheid - maar ze ontstaan op een leeftijd waarop niemand eraan denkt.
Het belangrijkste kenmerk is dat de menstruatie minstens vier maanden wegblijft, in combinatie met een verhoogde FSH-waarde in het bloed. Oorzaken kunnen zijn: een behandeling met chemotherapie of bestraling, chromosoomafwijkingen zoals het syndroom van Turner of fragiele-X, een auto-immuunreactie tegen het eierstokweefsel, of erfelijke aanleg. Bij een groot deel van de vrouwen wordt geen oorzaak gevonden.
Een vervroegde overgang is nadrukkelijk geen zelfzorgsituatie. Omdat het lichaam tientallen jaren eerder dan normaal zonder oestrogeen komt te zitten, is er een verhoogd risico op botontkalking en hart- en vaatziekten. Om die reden wordt hormoontherapie hier meestal geadviseerd tot ongeveer het 51e jaar - dus als vervanging van wat het lichaam anders zelf zou maken, niet alleen als klachtenbestrijding. Blijft uw menstruatie vóór uw 40e weg, ga dan naar uw huisarts.
Oorzaken: waar de klachten vandaan komen
Achter vrijwel alle overgangsklachten zit één mechanisme: uw eierstokken raken door hun voorraad eiblaasjes heen en maken daardoor steeds minder oestrogeen en progesteron. Oestrogeen doet in het lichaam veel meer dan de menstruatiecyclus regelen, en dat verklaart waarom de klachtenlijst zo lang en zo willekeurig oogt.
De temperatuurregeling in de hersenen is gevoelig voor oestrogeen. Als het niveau daalt, past het regelcentrum zich moeizaam aan, geeft valse warmtesignalen af en laat de bloedvaten te ver openstaan - dat is een opvlieger. Het slijmvlies van vagina en blaas wordt dunner, krijgt minder doorbloeding en verliest een deel van de bacteriën die de zuurgraad op peil houden; dat verklaart de droogheid, de jeuk en de terugkerende blaasontstekingen. In het bot verschuift de balans tussen opbouw en afbraak. En omdat slaap en stemming allebei meeliften op deze veranderingen, komen de psychische klachten er bovenop.
Een overgang kan ook plotseling worden ingeleid in plaats van geleidelijk: na het operatief verwijderen van beide eierstokken, of na chemotherapie of bestraling. De klachten komen dan in één keer, zonder de gewenningsperiode van een natuurlijke perimenopauze, en zijn daardoor vaak heftiger.

Wanneer naar de huisarts
De overgang is geen ziekte en hoeft niet behandeld te worden als u er weinig last van heeft. Er zijn wel situaties waarin een beoordeling nodig is. Maak een afspraak bij:
- Bloedverlies uit de vagina meer dan een jaar na uw laatste menstruatie - dit moet altijd onderzocht worden.
- Hevig of langdurig bloedverlies, of bloedverlies tussen menstruaties door.
- Overgangsklachten vóór uw 40e, of het wegblijven van de menstruatie vóór uw 40e.
- Opvliegers die uw dagelijks functioneren of uw nachtrust structureel ondermijnen.
- Aanhoudende somberheid, angstklachten of paniekaanvallen.
- Terugkerende blaasontstekingen of pijn bij het vrijen die niet overgaat met een glijmiddel.
- Bloedverlies terwijl u hormoontherapie of vaginale hormonen gebruikt.
Wilt u weten of u écht in de overgang bent, dan is een bloedtest zelden nodig. Bij een vrouw boven de 45 met een veranderend menstruatiepatroon en typische klachten stelt de huisarts de diagnose op het verhaal. Bij klachten onder de 40 wordt wel bloed geprikt, onder andere op FSH.
Behandeling: wat helpt en wat niet
Begin bij de basis. Thuisarts.nl is daar eerlijk over: gezond leven laat de opvliegers zelf niet verdwijnen, maar het maakt de klachten wel beter te dragen, en het is gratis en zonder bijwerkingen. Dagelijks een half uur bewegen, regelmatig slapen, minder of geen alcohol - vooral ’s avonds, want alcohol kan het nachtelijk zweten verergeren - niet roken, en kleding en beddengoed van natuurlijke vezels in laagjes, zodat u iets uit kunt trekken als een opvlieger opkomt. Ook hete dranken en pittig eten zijn bij veel vrouwen een herkenbare trigger.
Voor het leren omgaan met klachten zijn mindfulness en gedragstherapie de best onderbouwde niet-medicamenteuze opties: ze verlagen het aantal opvliegers per dag en, minstens zo belangrijk, de last die u ervan heeft. Wat volgens Thuisarts.nl juist niet werkt, zijn de vrij verkrijgbare overgangsmiddelen met kruiden, vitamines, zilverkaars of fyto-oestrogenen. Van die producten is niet aangetoond dat ze helpen en vaak is onduidelijk welke bijwerkingen ze hebben. Ook antidepressiva worden niet aangeraden als standaardbehandeling van opvliegers.
Werken de leefstijlmaatregelen onvoldoende en beperken de klachten u echt, dan is hormoontherapie de meest effectieve behandeling. Het gaat om oestrogeen - als tablet, pleister of gel, bijvoorbeeld de estradiolgel Estrogel - vrijwel altijd gecombineerd met een progestageen. Dat progestageen is geen extraatje: het beschermt het baarmoederslijmvlies tegen de groei die oestrogeen alleen zou veroorzaken. Alleen vrouwen zonder baarmoeder gebruiken oestrogeen zonder progestageen. Na twee tot drie weken merkt u of het aanslaat; vrouwen die tien opvliegers per dag hadden, houden er vaak ongeveer twee over.
Hormoontherapie is niet voor iedereen. Zij is niet geschikt bij een hormoongevoelige kanker in de voorgeschiedenis, bij trombose of longembolie, na een hartinfarct of beroerte, bij onverklaard vaginaal bloedverlies, bij een leverziekte, en ook niet als u rookt. Ook het langdurig gebruiken van hormonen verhoogt de kans op borstkanker licht, en oestrogeen in tabletvorm geeft een iets grotere kans op bloedstolsels. Die risico’s zijn klein maar reëel, en ze zijn precies de reden dat een arts eerst uw persoonlijke situatie beoordeelt. Alle hormoonpreparaten in ons assortiment voor de overgang zijn uitsluitend op recept.
Heeft u alleen vaginale klachten en geen opvliegers, dan hoeft u geen hormonen door uw hele lichaam te sturen. Een niet-hormonale vaginale gel of glijmiddel werkt direct en heeft geen bijwerkingen. Helpt dat onvoldoende, dan is een lage dosis oestrogeen lokaal in de vagina, zoals de estradiol vaginale tablet Vagifem, de logische vervolgstap. Er komt nauwelijks hormoon in de rest van het lichaam terecht, zodat het ook langere tijd gebruikt kan worden; hoe lang dat in uw situatie verstandig is, bepaalt u samen met uw arts. Reken wel op enkele weken geduld: het effect is meestal pas na ongeveer twee maanden op zijn best. Lokale hormonen helpen niet tegen opvliegers en werken niet als anticonceptie.



Veelgestelde vragen
Wat zijn de eerste symptomen van de overgang?
Meestal verandert eerst uw menstruatie: de cyclus wordt korter of langer, het bloedverlies wisselt per maand, of u slaat een maand over waarna de menstruatie terugkomt. Vaak komen daar opvliegers, nachtelijk zweten, slechter slapen en stemmingswisselingen bij. Omdat de menstruatie nog doorloopt, worden deze eerste symptomen van de overgang regelmatig aan stress of drukte toegeschreven.
Hoe weet ik of ik in de overgang ben?
Bij een vrouw boven de 45 stelt de huisarts de diagnose op het verhaal: een veranderend menstruatiepatroon plus typische klachten zoals opvliegers. Een bloedtest is dan meestal niet nodig, omdat de hormoonwaarden van dag tot dag sterk schommelen en één meting weinig zegt. Onder de 40 wordt wel bloed geprikt, onder andere op FSH, om een vervroegde overgang aan te tonen of uit te sluiten.
Hoe lang duurt de overgang?
Dat verschilt sterk per vrouw. Opvliegers houden gemiddeld 3 tot 7 jaar aan en bij de meeste vrouwen zijn de klachten ongeveer vijf jaar na de laatste menstruatie duidelijk minder geworden. Vaginale klachten vormen de uitzondering: die verdwijnen meestal niet vanzelf en kunnen na de menopauze juist toenemen, omdat het oestrogeenniveau blijvend laag is.
Op welke leeftijd begint de overgang?
De overgang kan beginnen tussen uw 40e en 60e. Gemiddeld heeft een vrouw haar laatste menstruatie rond haar 51e, en de klachten beginnen vaak enkele jaren daarvóór. Klachten met 40 zijn dus niet ongewoon. Stopt de menstruatie vóór uw 40e, dan spreken we van een vervroegde overgang en is onderzoek door de huisarts wel nodig.
Kan ik nog zwanger worden in de overgang?
Ja. Zolang u nog menstrueert, ook onregelmatig, kan er een eisprong plaatsvinden. Gebruik daarom anticonceptie tot een jaar na uw laatste menstruatie, of tot ongeveer uw 52e. Overleg met uw huisarts welke methode in deze fase past, want een aantal vormen van anticonceptie verandert bovendien uw bloedingspatroon en maakt het lastiger te zien waar u in de overgang staat.
Helpen supplementen tegen overgangsklachten?
Middelen met kruiden, vitamines, zilverkaars of fyto-oestrogenen helpen volgens Thuisarts.nl niet tegen overgangsklachten. Bovendien is bij veel van deze producten niet duidelijk welke bijwerkingen ze hebben of hoe ze samengaan met andere medicijnen. Investeer uw geld liever in de dingen die wel aantoonbaar iets doen: beweging, slaaphygiëne, minder alcohol, en zo nodig een beoordeling voor hormoontherapie.
Is hormoontherapie gevaarlijk?
Hormoontherapie is de effectiefste behandeling tegen opvliegers, maar niet risicoloos. Langdurig gebruik verhoogt de kans op borstkanker licht en oestrogeen in tabletvorm geeft een iets grotere kans op bloedstolsels; die kans blijft klein. Bij een aantal aandoeningen mag het niet. Een arts weegt de ernst van uw klachten af tegen uw persoonlijke risico’s - dat is geen beslissing die u zelf online hoort te nemen.
Wanneer moet ik met overgangsklachten naar de huisarts?
Bij bloedverlies meer dan een jaar na uw laatste menstruatie, bij hevig of onregelmatig bloedverlies, bij klachten vóór uw 40e, bij opvliegers die uw functioneren of nachtrust structureel ondermijnen, en bij aanhoudende somberheid of angst. Ook terugkerende blaasontstekingen en pijn bij het vrijen die niet verbetert met een glijmiddel zijn een goede reden om een afspraak te maken.
Bronnen
- Thuisarts.nl - Ik ben in de overgang, welke overgangsklachten kun je krijgen? – https://www.thuisarts.nl/overgang/ik-ben-in-overgang
- Thuisarts.nl - Ik ben in de overgang en heb opvliegers, wat helpt? – https://www.thuisarts.nl/overgang/ik-ben-in-overgang-en-heb-opvliegers
- Thuisarts.nl - Ik heb klachten van mijn vagina door de overgang. – https://www.thuisarts.nl/overgang/ik-heb-klachten-van-mijn-vagina-door-overgang
- Thuisarts.nl - Ik wil misschien hormoontherapie tegen opvliegers in de overgang. – https://www.thuisarts.nl/overgang/ik-wil-misschien-hormoontherapie-tegen-opvliegers-in-overgang
- UMC Utrecht - Vervroegde overgang (POI/POF). – https://www.umcutrecht.nl/nl/ziekte/vervroegde-overgang/folder